Je veilig voelen

Niet meer voelen, maar veilig voelen

Je doet zó je best om beter naar je lichaam te luisteren.
Je hebt geleerd om gevoelens toe te laten, signalen serieus te nemen en aanwezig te blijven bij wat je voelt.

En toch merk je dat je juist méér gespannen raakt.
Meer alert.
Meer bezig met wat er in je lichaam gebeurt.

Dat is niet vreemd.
Wanneer jouw zenuwstelsel onvoldoende veiligheid heeft ervaren, kan voelen al snel worden gekoppeld aan onrust of gevaar. Dan wordt een lichamelijke sensatie niet ervaren als iets tijdelijks dat beweegt, maar als iets waar direct iets mee moet.
voel jij je veilig genoeg om te kunnen voelen?

Herstel ontstaat namelijk niet doordat je méér gaat graven in sensaties, maar doordat jouw zenuwstelsel opnieuw mag ervaren:

  • activatie kan weer zakken
  • je hoeft het niet alleen te dragen
  • je lichaam is niet tegen je

Dat verandert hoe je jezelf ervaart.
Niet vanuit controle of analyse, maar vanuit veiligheid, vertraging en regulatie.

Niet meer voelen, maar veilig voelen

In de wereld van lichaamsgericht werken hoor je het vaak:
‘Luister naar je lichaam.’
‘Voel wat er gebeurt.’
‘Ga naar binnen.’

Maar wat als dat jou niet altijd helpt?
Sterker nog: wat als ‘luisteren naar je lichaam’ je soms juist verder af brengt van veiligheid?

Hoe veiligheid ontstaat

Als baby leer je niet: voel alles wat er is.
Je leert iets veel fundamentelers.

Je hebt honger.
Je huilt.
De activatie in je zenuwstelsel loopt op.

Dan komt er iemand.
Warmte.
Contact.
Voeding.

En langzaam zakt de activatie weer.

Wat hier gebeurt, is niet alleen behoeftebevrediging.
Je zenuwstelsel leert:

  • wat omhoog gaat, kan ook weer naar beneden
  • ik hoef dat niet alleen te doen

Dat is de eerste ervaring van veiligheid:
geen gedachte, maar een fysiologisch proces.
Je leert hoe je na activatie weer kunt terugkeren naar rust en herstel.
Je leert als het ware surfen op de golven.

Waar het later vaak misgaat

Precies hier ontstaat later bij veel mensen een moeilijk punt.

We zeggen tegen onszelf:

  • voel maar
  • luister naar je lichaam

Maar wat als jouw zenuwstelsel nooit echt geleerd heeft dat activatie ook weer vanzelf kan zakken?

Dan wordt voelen iets heel anders.
Een sensatie wordt dan niet ervaren als iets dat beweegt, maar als iets waar direct op gereageerd moet worden.
Iets dat alleen maar omhoog lijkt te gaan.
Iets dat gecontroleerd, opgelost of gestopt moet worden.

En precies daardoor worden sensaties sneller opgepikt als signalen van gevaar.

Interoceptie is niet neutraal

Wat je voelt in je lichaam wordt altijd gekleurd door de staat van je zenuwstelsel.
Een druk op de borst kan voor de één simpelweg een sensatie zijn.
Voor jou kan diezelfde sensatie voelen als een alarmsignaal.

En dan gebeurt vaak dit:
Je voelt spanning of druk en je gaat daar meteen iets mee doen:

  • dieper proberen te ademen
  • zoeken naar betekenis
  • proberen het weg te krijgen
  • er juist harder bij blijven
  • het sterker proberen te voelen

En paradoxaal genoeg neemt de spanning toe.
Niet omdat voelen verkeerd is,
maar omdat de manier waarop je ermee omgaat de onveiligheid versterkt.

De onderliggende boodschap wordt:
‘Dit is onveilig.’
‘Dit moet weg.’
Of juist:
‘Blijf erbij, voel maar hoe onveilig het is.’

Veilig voelen verandert alles

Daarom is mijn uitgangspunt niet: méér voelen.
Maar: veilig voelen.

Dat betekent dat je niet elke sensatie meteen volgt of analyseert.
Eerst voeg je iets van veiligheid toe.
Zodat een sensatie aanwezig kan zijn terwijl jouw zenuwstelsel langzaam gaat ervaren:
het is niet zo gevaarlijk.

En dan gebeurt er iets wezenlijks.
Wat eerst werd ervaren als spanning of dreiging, kan gaan bewegen.
Niet als iets dat eruit moet,
maar als energie die zich herverdeelt in je lichaam.

Wat omhoog ging,
kan nu ook weer naar beneden.
Sensaties worden dan veranderingen,
geen problemen.

Van reageren naar ervaren

Misschien is dat wel waar echte veiligheid begint.
Niet in het voortdurend analyseren van wat je voelt,
maar in het vermogen om te ervaren dat een sensatie niet automatisch betekent dat er gevaar is.

Dat je lichaam mag bewegen.
Dat activatie mag komen én weer gaan.
Dat niet alles opgelost hoeft te worden.

Niet méér voelen.
Maar veilig voelen.
En precies daar ontstaat ruimte voor herstel.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *