Het lijkt wel of je altijd ‘aan’ staat
Misschien herken je dit: je bent alert, voelt feilloos aan wat anderen nodig hebben en past je moeiteloos aan. Rust nemen voelt lastig. Alsof je altijd “aan” moet staan.
In Nederland groeit ongeveer 1 op de 4 kinderen op met een ouder die psychische problemen (KOPP) of verslavingsproblemen (KOV) heeft. Dat zijn ruim 577.000 kinderen. Vaak zijn het de kinderen die het goed doen: je stelt weinig vragen, neemt verantwoordelijkheid en draagt veel. Wat er onder de oppervlakte gebeurt, blijft meestal onzichtbaar. Een belangrijk, maar vaak onderbelicht thema hierin, is rouw.
Wat heeft rouw te maken met opgroeien als KOPP/KOV-kind?
Bij rouw denk je misschien meteen aan overlijden. Maar rouw gaat óók over het verliezen van iets dat er wél had moeten zijn.
Als KOPP/KOV-kind kun je rouwen om:
- het gemis van emotionele beschikbaarheid van je ouder
- het verlies van een zorgeloze kindertijd
- het ontbreken van veiligheid, voorspelbaarheid of steun
- het gemis van gezien en gedragen worden
Deze rouw is vaak stil. Er is geen ritueel, geen erkenning, geen woorden. Je leert al vroeg: “Mijn gevoelens doen er niet toe” of “Ik moet sterk zijn.”
Zo ontstaat een diep ingesleten patroon van aanpassen, inslikken en doorgaan. Overleven. Niet goed leren voelen. Soms voelt het alsof je omgekeerd leeft: je hoofd altijd aan, je gevoel op afstand.
Kenmerken die hieruit kunnen ontstaan
Misschien herken je bij jezelf één of meerdere van deze overlevingsstrategieën:
Parentificatie (rolomkering)
Je zorgt emotioneel of praktisch voor je ouder. Jouw eigen behoeften verdwijnen naar de achtergrond.
Emotionele onderdrukking
Je hebt geleerd gevoelens niet te voelen of te uiten. Verdriet, boosheid of angst stop je weg.
Schaamte en isolatie
Je thuissituatie voelde “anders” of beschamend, waardoor je afstand hield tot anderen.
Sterk aanpassingsvermogen
Je voelt stemmingen feilloos aan en past je aan, maar kunt daardoor afstandelijk of onverschillig overkomen.
Psychosomatische klachten
Hoofdpijn, buikpijn, vermoeidheid of slaapproblemen komen vaak voor.
En nu je volwassen bent?
Veel volwassenen herkennen zichzelf pas later als (ex-)KOPP/KOV-kind. Misschien loop je vast in relaties, voel je je snel verantwoordelijk, vind je grenzen stellen moeilijk of ervaar je een leegte die je niet goed kunt plaatsen.
Vaak dient zich dan alsnog de uitgestelde rouw aan.
Rouw om wat je nooit hebt gekregen.
Heling begint bij…
- Erkenning van jouw verhaal
Zien dat wat jij hebt meegemaakt ingrijpend was – ook als het van buitenaf leek alsof er “niets mis” was.
- Rouwen met terugwerkende kracht
Ruimte geven aan verdriet, boosheid en gemis dat er toen niet mocht zijn.
- Plekverwarring herstellen
Leren voelen: ik was het kind, niet de ouder. De verantwoordelijkheid terugleggen waar die hoort.
- Opnieuw leren voelen en begrenzen
Stap voor stap contact maken met jouw behoeften, verlangens en grenzen.
- Compassie ontwikkelen voor jezelf
Je overlevingsstrategieën waren ooit nodig. Ze hebben je geholpen.
Nu mogen ze zachter worden.
Te klein om groot te zijn
Mijn schouders waren breed en sterk
mijn rug zo fier en recht
al klein droeg ik het grote leed
maar wie zag mij nu echt?
Ik leek zo sterk, ik leek zo groot,
en deed wat nodig was.
Het spelen liet ik vroeg al los,
en droeg een volwassen jas.
Ik zag de tranen van mijn moeder,
voelde vaders strijd en macht
Ik hield hen beide overeind
met veel te jonge kracht.
Ik zorgde voor hen allebei,
dat werd mijn dagelijks bestaan.
Maar ergens onderweg in het struikelen
besefte ik waar het ooit is mis gegaan
Het lijkt een omgekeerde wereld
De maskers die ik droeg en draag
Ik leer steeds meer wat liefde is
Zo stap voor stap en zeer gestaag
Nu ben ik groot en doe ik sterk,
ik kijk vanachter glas.
Ik weet precies hoe afstand voelt,
hoe schijnbaar veilig dat ooit was
Ik zoek zo vaak nog naar mijn plek
Erboven, of er tussen in
Nu leer ik langzaam met de tijd
Dat ik mezelf weer teer bemin
Ik wil erbij zijn zonder dragen,
niet meer de grote, niet de kleine.
schouder aan schouder kunnen leunen,
jij het jouwe en ik het mijne
Langzaam heel ik in de tijd
En leer ik hulp te vragen
Leer ik met compassie en liefdevolle zorg
dat ik alleen mezelf maar hoef te dragen.
Roza Boer

