Gemaskerde liefde

Gemaskerde liefde

Woede. Razernij. Een allesverterende boosheid.

Dat was wat ze voelde na het overlijden van haar dochter.Steeds opnieuw die ene vraag: Had de arts niet anders kunnen handelen? Had het voorkomen kunnen worden? Had iemand haar kind kunnen redden?

Jarenlang vocht ze. Voor erkenning. Voor gerechtigheid. Voor het gevoel dat het anders had moeten lopen. De boosheid vulde haar dagen. En haar nachten.De onmacht knaagde aan haar lichaam. Aan haar spieren. Aan haar nek. Aan haar slaap.

Maar het knaagde ook aan iets anders. Aan de relatie met haar andere kinderen. De woede nam alle ruimte in beslag. Daardoor bleef er weinig plek over voor wat eronder lag: de diepe paniek. Het verdriet. Het gemis. De wanhoop. Haar kinderen vonden hun eigen manier om ermee om te gaan. De één ging voor haar zorgen. De ander trok zich terug.

De verbinding raakte uit balans. Alsof het verlies van hun dochter, hun zusje, hun zus, als een onontplofte bom in huis bleef liggen. Altijd aanwezig. Altijd voelbaar. Een vorm van liefde die zich had vermomd als boosheid. Gevaarlijke springstof. Niet te dichtbij komen.

Ze rouwde niet alleen om haar overleden dochter. Ze rouwde ook om wat het verlies haar had gekost. De afstand tot haar kinderen. De jaren die voorbij waren gegaan. Achteraf had ze het zo graag anders willen doen. Maar ze kon niet anders. Boosheid was jarenlang haar overlevingsstrategie geweest. Tot het moment kwam waarop ze het gevecht langzaam losliet. Toen kon ze voelen wat er onder de woede verborgen lag.

De pijn. Het gemis. De liefde. Het werd zachter. Voorzichtig ontstond er compassie voor zichzelf. Voor de moeder die alles had gegeven. Voor de vrouw die simpelweg probeerde te overleven.

Ze kon de tijd niet terugdraaien. Ze kon alleen in het hier en nu bewegen. Stap voor stap weer contact maken. Met zichzelf. Met haar partner. Met haar kinderen. Ze huilde om de verloren jaren. Om de gemiste verbinding. Om alles wat ze onderweg niet had kunnen zien. En juist door dat onder ogen te komen, ontstond er ruimte. Ruimte om dichter bij haar dochter te komen. Dichter bij de pijn. Dichter bij het gemis. Maar ook dichter bij de liefde. Want liefde en verdriet zijn vaak onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Ze had alles voor haar dochter gegeven. Zelfs zichzelf. Daarvoor had ze een hoge prijs betaald. Nu verlangde ze ernaar om er weer te zijn voor haar andere kinderen. Met openheid. Met beschikbaarheid. Met een hart dat soms nog steeds pijn doet, maar niet langer gesloten hoeft te blijven. Soms raak je na een groot verlies meer kwijt dan alleen degene van wie je houdt. Soms verlies je ook stukken van jezelf. Van je relaties. Van het leven zoals het ooit was.

Tijd heelt niet alle wonden. Maar tijd kan wel helpen om terug te kijken. Om te zien waar de pijn zit. Om te verzorgen wat beschadigd raakte. Om opnieuw verbinding te maken. Tijd als medicijn. Niet omdat het het verdriet wegneemt. Maar omdat het verzacht wat bevroren is geraakt.

Haar boosheid en razernij waren jarenlang als bevroren tranen.

Langzaam werden ze smeltwater. Door de moed om te voelen. Door stil te staan. Door terug te kijken. En in die warmte vond ze iets terug wat ze lange tijd kwijt was geweest: de verbinding met haar kinderen. Met zichzelf. Met haar dochter. En met de liefde die altijd onder de boosheid aanwezig was gebleven.

De boosheid is er nog steeds..de liefde ook! Deze twee…hand in hand.

In mijn razernij en woeste zee

drijf ik, verdrink ik, wil ik met je mee

wil ik niet voelen hoe erg ik je mis

hoe pijnlijk en eindeloos

mijn liefde nog is!

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *